Belastingplan 2019: wat veranderd er voor u?

26-10-2018

Op Prinsjesdag heeft het kabinet de belastingplannen bekend gemaakt. Hieronder vatten wij de belangrijkste maatregelen samen en lichten deze nader toe. Heeft u vragen over een specifiek onderdeel of wilt u weten wat voor uw situatie de aandachtspunten zijn? Neem dan contact met ons op via +31 71 3315200 (Roelofarendsveen) of +31 70 3209355 (Voorburg). 

Tarieven inkomstenbelasting box 1

Voor de heffing van de inkomstenbelasting in box 1 wordt vanaf 2019 geleidelijk voor niet AOW-ers een twee-schijvenstelsel geïntroduceerd (voor AOW-ers geldt straks een drie-schijvenstelsel). Vanaf 2021 is het tweeschijventarief volledig ingevoerd. De tarieven in de IB worden:

 Inkomen tot € 20.142Inkomen van € 20.143 tot € 34.404Inkomen van € 34.405 tot € 68.507Inkomen vanaf € 68.507
 < AOW>AOW< AOW>AOW  
201836,55%18,65%40,85%22,95%40,85%51,95%
201936,65%18,75%38,10%20,20%38,10%51,75%
202037,05%19,15%37,80%19,90%37,80%50,50%
202137,05%19,15%37,05%19,15%37,05%49,50%

Verlaging tarief aftrekposten voor hogere inkomens

Voor alle belastingplichtigen wordt vanaf 2020 de hypotheekrenteaftrek sneller afgebouwd. Dit betekent feitelijk dat de kosten in verband met de leningen in verband met de eigen woning sneller zullen stijgen. Ook andere aftrekposten worden geleidelijk afgebouwd. Dit betekent feitelijk dat iedereen minder fiscaal voordeel heeft ten aanzien van hun aftrekpost. De aftrekposten die worden afgebouwd hebben betrekking op de zogenoemde ondernemersaftrek (dit zijn: zelfstandigenaftrek, S&O-aftrek, meewerkaftrek, startersaftrek en stakingsaftrek), MKB-winstvrijstelling, TBS-vrijstelling en persoonsgebonden aftrek (dit zijn: partneralimentatie, zorgkosten, weekenduitgaven gehandicapten, scholingsuitgaven en giften). Alleen aftrekposten in verband met lijfrenten worden niet afgebouwd.

Jaar201820192020202120222023
Maximaal percentage aftrek EW49,5%49%46%43%40%37,05%
Maximaal percentage overige aftrekposten51,95%51,75%46%43%40%37,05%

Ontwikkelingen loonbelasting

De volgende maatregelen zijn aangekondigd voor de loonbelastingen:

Fiets van de zaak

Met ingang van 1 januari 2020 komt er een fiscale regeling voor (elektrische) fietsen. Tot 1 januari 2020 is het privégebruik van de fiets, verstrekt door de werkgever belast loon. Vanaf 1 januari 2020 zal er een forfaitaire bijtelling van 7% van de consumentenprijs bij het loon geheven worden. Er is dan geen verschil meer tussen zakelijk en privé gereden kilometer; er hoeft geen administratie van de kilometers te worden bijgehouden.

Voorbeeld: de (elektrische) fiets kost € 2.000. Bij een belastingdruk van stel 49,5% is de jaarlijkse belasting € 2.000 x 49,5% x 7% is € 69 per jaar/ € 5,75 per maand.

Vrijwilligersvergoeding

Wanneer bij een organisatie een vrijwilliger in dienst is, dan hoeft op de vergoeding aan deze vrijwilliger geen loonheffing ingehouden te worden, mits dit bedrag niet boven de € 150 of € 1.500 per jaar uitkomt. In het regeerakkoord is besloten deze vergoeding met ingang van 1 januari 2019 verhogen naar € 170 per maand of € 1.700 per jaar. Wordt aan de vrijwilliger een uurvergoeding betaald, dan beschouwt de Belastingdienst een bedrag van maximaal € 4,50 (of € 2,50 voor een vrijwilliger jonger dan 22 jaar) per uur als vrijwilligersvergoeding.

Investeringsaftrekregelingen: EIA, MIA en VAMIL

Reeds aangekondigd was dat de genoemde maatregelen per 1 januari 2019 zouden komen te vervallen. Met het wetsvoorstel fiscale vergroeningsmaatregelen 2019 wordt geadviseerd om de looptijd van de energie-investeringsaftrek (EIA), de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving op bedrijfsmiddelen (VAMIL) in iedere geval te verlengen tot 1 januari 2024. Tevens wordt voorgesteld om het aftrekpercentage van de EIA te verlagen van 54,5% (in 2018) naar 45% (per 1 januari 2019). Via de website van Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) kunt u door middel van de energielijst bekijken welke bedrijfsmiddelen in aanmerking komen voor de EIA.

Tip: Het kan daarom verstandig zijn om in 2018 te investeren in een bedrijfsmiddel waarbij de energie-investeringsaftrek kan worden toegepast.

Beperking afschrijving op gebouwen voor belastingplichtigen in de VPB

De afschrijving op gebouwen in de vennootschapsbelasting wordt beperkt. Voor een gebouw in eigen gebruik wordt de bodemwaarde gesteld op 50% van de WOZ-waarde. Vanaf 1-1-2019 wil het kabinet dat afschrijving op een gebouw in eigen gebruik gelijk wordt gesteld aan 100% van de WOZ-waarde. Het onderscheid tussen de afschrijving op gebouwen in 'eigen gebruik' en gebouwen 'verhuurd aan derden', komt hiermee te vervallen. Het beperken van de afschrijving op gebouwen kan ertoe leiden dat de jaarlijkse winst hoger uitvalt.

NB: de afschrijving op gebouwen voor belastingplichtigen in de inkomstenbelasting blijft ongewijzigd. Het onderscheid tussen de afschrijving op gebouwen in 'eigen gebruik' en gebouwen 'verhuurd aan derden' blijft bestaan.

Verhoging lage btw-tarief: van 6% naar 9%

Per 1-1-2019 wil het kabinet het verlaagde btw-tarief verhogen van 6% naar 9%. Voorlopig is er geen aanvullende overgangsregeling opgenomen. Belangrijk is dat het juiste btw-percentage in rekening wordt gebracht. Tevens dienen de ondernemers hun administratie, website, prijsstelling van de producten of diensten, menukaart, kassa's en offertes aan te passen.

Verliesverrekening voor belastingplichtigen in de VPB

De mogelijkheid van verliesverrekening voor VPB-ondernemingen wordt beperkt. Werd onbeperkte voorwaartse verliesverrekening in 2007 al tot 9 jaar teruggebracht, met ingang van 2019 is dat nog maar 6 jaar. De volgorde van verrekening (oudste verlies eerst) en de regeling met betrekking tot verliezen tot met 2018 (verrekening gedurende 9 jaar) blijven intact. Om voortijdige verliesverdamping te voorkomen wordt een overgangsregeling getroffen voor verliezen geleden in 2019 en 2020. De achterwaartse verliesverrekening blijft 1 jaar.

NB: de verliesverrekening voor IB-ondernemingen blijft ongewijzigd op 3 jaar voor de achterwaartse en 9 jaar voor de voorwaartse verliesverrekening.

Verliesverrekening voor verliezen uit aanmerkelijk belang wordt eveneens beperkt en zal met ingang van 2019 eveneens 6 jaar gaan bedragen. Een overgangsregeling als opgenomen voor de VpB-onderneming is ook hier van toepassing.

Lenen boven de € 500.000 van de eigen vennootschap

Het kan u haast niet zijn ontgaan dat gewerkt wordt aan een specifieke maatregel die lenen boven een bedrag van € 500.000 van de eigen vennootschap ontmoedigt. De zogeheten “rekening-courantmaatregel”. Onderstaand willen wij u informeren over hetgeen nu bekend is over deze “rekening-courantmaatregel”. Ook zullen wij twee andere maatregelen bespreken uit het belastingplan 2019, namelijk de aftrekbeperking van de hypotheekrente en de verhoging van het aanmerkelijk belang tarief (Box 2 heffing) naar uiteindelijk 26,9%. Door deze maatregelen dienen ons inziens eveneens de schulden aan de eigen B.V. bekeken te worden.  

Rekening-courantmaatregel

Bij de uitwerking van deze maatregel gaat het kabinet uit van de volgende contouren.

  • De maatregel treedt op 1 januari 2022 in werking.
  • Als de totale som van schulden van de ab-houder aan zijn eigen vennootschap meer dan € 500.000 bedraagt, wordt dat meerdere als inkomen uit aanmerkelijk belang (box 2 inkomen) in aanmerking genomen. Inkomen uit aanmerkelijk belang is in 2022 belast tegen 26,9%.
  • Voor bestaande eigenwoningschulden aan de eigen vennootschap wordt een overgangsmaatregel getroffen. Wat deze inhoudt is nog niet bekend.

Het kabinet is voornemens het wetsvoorstel waarin deze maatregel is opgenomen in het voorjaar van 2019 aan te bieden. Aangegeven is dat bij de voorbereiding het conceptvoorstel wordt geconsulteerd via een internetconsultatie, zodat het bedrijfsleven en de adviespraktijk in de gelegenheid zijn om commentaar te geven en suggesties te doen. Wij verwachten dat hier de nodige reactie op wordt gegeven. Wij zullen de ontwikkelingen blijven volgen en u informeren over hoe de “rekening-courantmaatregel” uiteindelijk wordt vormgegeven.   

Aftrekbeperking rente eigenwoning

Aangegeven is dat voor eigenwoningschulden een overgangsmaatregel zal worden getroffen. Wij zijn van mening dat ook zonder de voorgenomen “rekening-courantmaatregel” de eigenwoningschulden bekeken dienen te worden. De betaalde rente is in de inkomstenbelasting uiteindelijk (vanaf 2023) nog maar tegen 37,05% aftrekbaar. De ontvangen rente door de B.V. is echter belast tegen cumulatief vennootschapsbelasting en inkomstenbelasting. Voor een resultaat van de B.V. onder de € 200.000 is dit een totale heffing van 38,5% en bij een resultaat van boven de € 200.000 bedraagt de totale heffing ruim 43%. Door de rente aftrekbeperking is het derhalve niet meer mogelijk de rente tegen een hoger bedrag te kunnen aftrekken dan dat het belast is.

Verhoging tarief inkomen uit aanmerkelijk belang

Verder is een aandachtspunt dat het inkomen uit aanmerkelijk belang nu belast is tegen 25%. Dit percentage wordt in 2020 verhoogt naar 26,25% en in 2021 naar 26,9%. Deze verhoging is ons inziens reden om na te gaan of vóór de verhoging in 2020 nog dividend dient te worden uitgekeerd. Een eventuele schuld aan de B.V. wordt door de dividenduitkering verminderd. Aandachtspunt hierbij is wel dat er vrij uitkeerbare reserves zijn en liquiditeiten aanwezig zijn om de 25% inkomstenbelasting te kunnen voldoen.